Logistieke Termen

There are no translations available.

Hieronder vindt u, op alfabetische volgorde, een overzicht van logistieke termen die veel worden gebruikt.

A  B  C  D  E  F  G  H  I  J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y  Z

A

ADR
Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg is in Europa geregeld in het ADR (Accord européen relatif au transport international des marchandises Dangereuses par Route).

Administratieve voorraad
De grootte van de voorraad zoals deze in de administratie bekend is. Dit kan afwijken van de daadwerkelijke voorraad doordat bijvoorbeeld in- of afschrijvingen nog verwerkt moeten worden.

AEO (Authorised Economic Operator)
AEO is een certificaat dat door de douane van een EU land kan worden uitgereikt aan een bedrijf dat voor de douane bewezen heeft betrouwbaar te zijn op het gebied van fiscaliteit en veiligheid. Een bedrijf dat aan alle regels voldoet, heeft minder controle van de douane nodig.

AGD (Accijnsgeleidedocument)
Document waarmee accijnsgoederen intracommunautair worden verzonden tussen AGP's en naar (niet-) geregistreerde bedrijven.

AGP (Accijnsgoederenplaats)
Opslagruimte waar vegunninghouders aan accijns onderworpen goederen mogen opslaan, verwerken en bewerken.

Alliantie
Samenwerkingsverband tussen partijen waarbij gemeenschappelijk voordeel het hoofddoel is.

AVC (Algemene Vervoerscondities)
Overeenkomst die vaak wordt gebruikt bij wegtransport binnen Nederland. De AVC regelen de aansprakelijkheid van de vervoerder voor schade ontstaan aan de vervoerde goederen.

AWB (Airway Bill)
Een vervoersovereenkomst, een ontvangstbewijs en indien gewenst een transportverzekeringsbewijs voor luchtvracht. Een AWB begeleidt de luchtvrachtzending en is niet verhandelbaar.

B

Backlog
Backlog oftewel achterstand wordt gebruikt voor te laat geleverde orders.

Backoffice
De bedrijfsonderdelen en -systemen die de kernactiviteiten van het bedrijf ondersteunen zonder dat de klant deze te zien krijgt. Denk hierbij aan administratie, IT en personeelszaken.

Back order
Een logistieke term die refereert aan de status van artikelen op een inkooporder indien de voorraad nodig om de vraag te voldoen niet voldoende is maar wordt nageleverd.

BAF (Bunker Adjustment Factor)
Dit is een soort dieseltoeslag voor schepen. Wanneer de brandstofprijzen onderhevig zijn aan grote prijsschommelingen, wordt door rederijen soms een bunkertoeslag aangerekend om de risico’s van prijsschommelingen te compenseren.

Barge
Engelse benaming voor binnenvaartschip.

Batch
Beheersbare groep goederen die binnen één processtap tegelijkertijd geproduceerd worden.

Benchmark(ing)
Vertaalbaar als referentiekader of ijkingskader. Benchmark is een basis om de prestaties van verschillende systemen, apparaten of organisaties met elkaar te kunnen vergelijken. Benchmarking is een manier voor organisaties om van elkaar te leren, verantwoording af te leggen en toezicht te vergemakkelijken. De uitkomst van een benchmark is een soort maatgetal dat iets over de prestatie zegt.

B/L (Bill of Lading)
Een connossement of vervoersovereenkomst voor het transport van goederen over zee.

Blokpallet
Ook wel 4 weg pallet genoemd heeft meestal een afmeting van 100 x 120 cm en wordt veelal gebruikt voor zwaardere lading.

Break bulk
Goederen of lading die individueel geladen worden en niet in containers of als bulk zoals olie of graan. Schepen die dit soort lading vervoerd, worden ook wel general cargo ships genoemd. De goederen kunnen verpakt zijn in zakken, kratten, drums, vaten of ze worden bij elkaar gehouden op pallets. Na de komst van containers is het vervoer van goederen als break bulk sterk terug gelopen.

B2B (Business to Business)
Uitwisseling van goederen, diensten en informatie tussen ondernemingen.

B2C (Business to Consumer)
Uitwisseling van goederen,  diensten en informatie tussen ondernemingen en hun particuliere klanten.

Buffervoorraad
Voorraad van een bepaald artikel of artikelgroep die gehouden wordt om buitengewone fluctuaties binnen de verkopen of stilstand in de aanvoer op te vangen. Deze buffervoorraad heeft tot doel geen "nee" te verkopen.

C

CAF (Currency Adjustment Factor)
Een toeslag die veelal door rederijen wordt doorgevoerd bovenop de vrachtkosten vanwege risico's en kosten die zij lopen vanwege steeds schommelende wisselkoersen tussen US Dollar en andere buitenlandse valuta. CAF komt het meeste voor op vaargebied van en naar USA en van en naar Verre Oosten.

Cargadoor
Ook wel scheepsagent genoemd is iemand die werkt in opdracht van een rederij en de transportcontracten tot stand brengt tussen reder en de aanbieder van de lading. Een cargodoor zorgt ervoor dat alles wordt geregeld voor de schepen en dat de schepen zonder problemen of wachttijden de haven kunnen binnenlopen.

Cargo
Goederen of lading die vervoerd moeten worden.

Carriage
Goederen van de ene plek naar de andere overbrengen.

Carrier
Vervoerder/transporteur of rederij.

Cash & Carry
Type groothandel waarbij de klanten cash betalen en de goederen zelf ophalen.

Category Management
Dit is een proces dat te maken heeft met het beheren van productcategorieën (in plaats van individuele producten of merken) als een strategische business unit en deze aan de wensen van de klant aan te passen om zo maximale verkoop en winst te bewerkstelligen.

CE
Een keurmerk. Producten met een CE keurmerk voldoen aan de eisen van de Europese Unie op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu.

CMR
Internationale conventie bij grensoverschrijdend wegvervoer. De afkorting CMR staat voor Convention relative au Contract de transport international de Marchandises par la Route. De CMR is van toepassing op alle vervoer over de weg van of naar een bij de conventie aangesloten land.

Compliance
Een begrip waarmee aangeduid wordt dat een organisatie werkt in overeenstemming met de wet- en regelgeving.

Congestietoeslag
Toeslag die door vervoerders in rekening wordt gebracht indien een vertraging optreedt bij het op- en afzetten van containers op een terminal door extreme ophoping.

Connossement of cognossement
Ook wel Bill of Lading (B/L) genoemd is een vervoersovereenkomst voor het transport van goederen over zee.

Consignee
In een transportovereenkomst is een consignee iemand aan wie de zending geleverd moet worden over zee, door de lucht of over de weg m.a.w. de ontvanger van de goederen.

Consolidatie
Samenvoegen van diverse ladingen van verschillende herkomst voor gezamenlijke verzending oftewel het bundelen van transportstromen.

Cradle to Cradle (C2C)
Van wieg tot wieg. Filosofie met als centrale gedachte dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product met als grootste verschil tussen conventioneel hergebruik dat er geen kwaliteitsverlies is en geen restproducten die alsnog gestort moeten worden.

CRM (Customer Relationship Management)
Een werkwijze of techniek waarbij het optimaliseren van alle contacten met de klant centraal staat en er wordt getracht elke klant een individuele waardepropositie aan te bieden gebaseerd op zijn of haar wensen. Daarnaast is de gedachte achter CRM dat klanten een betere behandeling krijgen naarmate zij een hogere waarde vertegenwoordigen voor de organisatie.

Crossdocking
Kostenbesparend distributieconcept waarbij goederen direct gelost worden en vanaf het losdock direct naar het laaddock gebracht worden om deze gereed te zetten voor uitgaande auto waarbij sprake is van weinig tot geen opslag. De goederen worden meestal binnen één tot twee dagen weer opgehaald voor distributie en worden dan dus ook niet opgenomen in het voorraadsysteem.

CvO (Certificaat van Oorsprong)
Een certificaat van oorsprong is een officieel document waarin wordt verklaard in welk land een product is vervaardigd. In sommige landen is dit certificaat verplicht voor de invoer van producten.

DC (Distributiecentrum)
Een locatie waar een bedrijf de logistiek van goederen heeft geconcentreerd. Vanuit een distributiecentrum worden goederen ontvangen, verdeeld en vervoerd naar andere locaties.

Deltatoeslag
Toeslag die door vervoerders berekend wordt indien zij containers op de deltaterminal moeten opzetten en leeg retour moeten brengen als compensatie voor extra kosten die ontstaan voor transport en brandstof.

Doorlooptijd
De periode tussen de start van een willekeurig productieproces of proces van levering van een product of dienst en het feitelijk afronden van dat proces.

D

DC (Distributiecentrum)
Een locatie waar een bedrijf de logistiek van goederen heeft geconcentreerd. Vanuit een distributiecentrum worden goederen ontvangen, verdeeld en vervoerd naar andere locaties.

Deltatoeslag
Toeslag die door vervoerders berekend wordt indien zij containers op de deltaterminal moeten opzetten en leeg retour moeten brengen als compensatie voor extra kosten die ontstaan voor transport en brandstof.

Doorlooptijd
De periode tussen de start van een willekeurig productieproces of proces van levering van een product of dienst en het feitelijk afronden van dat proces.

E

EAN (Europese Artikelnummering)
Een streepjescode die wereldwijd wordt toegepast als artikelcodering in winkels ten behoeve van kassa afhandeling en voorraadadministratie.

EDC (Europees Distributiecentrum)
Een centrale voorraadlocatie waaruit meerdere Europese landen bevoorraad worden.

EDI (Electronic Data Interchange)
Een standaard voor geautomatiseerde uitwisseling van documenten tussen verschillende systemen zoals bijvoorbeeld orders, facturen, berichten of bevestigingen.

EFS (Emergency Fuel Surcharge)
Een toeslag die door rederijen in rekening wordt gebracht om onvoorziene of onverwachte brandstofschommelingen en de daaruit voortvloeiende extra kosten te dekken.

ERS (Emergency Risk Surcharge)
Een toeslag die door rederijen in rekening wordt gebracht om onvoorziene of onverwachte omstandigheden en gebeurtenissen en de daaruit voortvloeiende extra kosten te dekken (bijv. risico van piraterij).

Entrepot
Een entrepot is een economische douaneregeling en betekent een verzegelde opslagplaats waar aangevoerde goederen uit het buitenland onder douanetoezicht opgeslagen worden waarvan de bestemming, met name verbruik in binnen- of buitenland, mogelijk nog niet vaststaat. Zolang de goederen in het entrepot zijn opgeslagen en de uiteindelijke bestemming niet vaststaat, zijn over deze goederen (voorlopig) geen invoerrechten verschuldigd. Bij het verlaten van het entrepot moeten alleen dan invoerrechten betaald worden indien de goederen in het vrije verkeer van de EU worden gebracht.

Europallet
Standaard pallet met afmeting 80 x 120 cm. Een europallet is te herkennen aan de klossen onder de pallet waarop aan de rechterkant EURO staat en aan de linkerkant de naam van de fabrikant. Europallets mogen alleen gemaakt worden door ekende bedrijven die dat volgens bepaalde Epal normen doen.

Expediteur
Een organisator van het vervoeren van goederen. Naast het eigenlijke vervoer zorgt de expediteur ook voor de afhandeling van administratieve formaliteiten zoals aanvraag van vergunningen, prijsvergelijkingen, boekingen, wegvervoer, douaneformaliteiten en opslag.

F

FCL (Full Container Load)
Standaard container die volledig geladen wordt onder risico en rekening van één shipper en één consignee.

Feeder
Kleinere boten die gebruikt worden voor het vervoer van containers tussen verschillende Europese havens.

FIFO (First In - First Out)
Goederen die als eerste zijn binnengekomen, verlaten het magazijn ook weer als eerste.

Forecasting
Het proces van voorspellen verwachte waarde of vraag op een specifiek moment in de toekomst.

Fourth Party Logistics (4PL)
Een 4PL'er is een ketenregisseur die zonder eigen materieel (zoals vrachtauto's, magazijnen) voor de goederenstroom van een klant de beste oplossing zoekt. Hierbij worden 3PL'ers en partners ingeschakeld om transport, opslag, VAL maar ook vaak planning en voorraadbeheer uit te voeren. Een 4PL'er regisseert de goederenstroomactiviteiten van de klant en is daarin het enige aanspreekpunt.

Frontoffice
De afdelingen binnen een bedrijf die direct in aanraking komen met klanten, bijv. sales, marketing.

FTL (Full Truck Load)
Volledige vrachtlading met 33 europallets of 26 blokpallets voor één bestemming.

G

Gainsharing
Een open boekcalculatie tussen samenwerkingspartners waarbij partijen elkaar inzicht geven in de boeken en kosten en behaalde besparingen delen.

H

Hub
Centraal overslagpunt in een distributienetwerk van waaruit een aantal leveranciers en klanten van goederen worden bediend.

I

IATA (International Air Transport Association)
Internationale organisatie waarbij luchtvaartmaatschappijen en erkende luchtvrachtvervoerders zijn aangesloten.

Incoterms (International Commerce Terms)
Internationale afspraken over internationaal transport van goederen die de risico's en kosten tussen verkoper en koper regelen.

Inklaren
Het vervullen van douaneformaliteiten voor binnenkomende goederen in een land.

Inslag
Het moment waarop goederen in een douane-entrepot worden opgeslagen of in de voorraadadministratie worden ingeschreven. Tussen het moment van inslag en uitslag, de periode waarin goederen zijn opgeslagen, is de belanghebbende verantwoordelijk voor de opgeslagen goederen.

Intermodaal transport
Vervoer met behulp van verschillende transportmodaliteiten (type vervoer) die bewust op elkaar zijn afgestemd.

ISPS (International Ship and Port facility Security)
Een toeslag die door rederijen in rekening wordt gebracht voor het beveiligen van schepen. De ISPS toeslag is voortgekomen uit de ISPS code. De ISPS code is een internationaal voorschrift dat verplicht tot maatregelen voor de beveiliging van schepen en havenvoorzieningen. Deze code regelt de veiligheidssituatie aan boord van schepen en op plaatsen waar schip en kade samenkomen (in de haven bijvoorbeeld). De ISPS toeslag die door rederijen in rekening worden gebracht, wordt ook vaak opgedeeld in een aparte Carrier Security Fee (CSF) en een Terminal Security Fee (TSF).

J

JIT (Just-In-Time)
Het produceren en leveren van de minimaal benodigde hoeveelheden op een zo laat mogelijk tijdstip met als doel iedere vorm van verspilling te voorkomen. Alles wat meer is aan materiaal, machines en mankracht zijn immers onnodige kosten. Bij een JIT levering worden goederen of materiaal precies op tijd geleverd zonder dat een productieproces stilvalt of goederen uit voorraad raken.

Joint Venture
Een samenwerking tussen twee of meer ondernemingen in een dochteronderneming met het doel samen één economische activiteit te ondernemen. Een joint venture kan eenmalig of langdurig zijn maar de ondernemingen in de joint venture blijven te allen tijde zelfstandig. De samenwerking bestaat uit het door de partners inbrengen van know-how, alsmede uit het deelhebben in de financiering en de winst van de gezamenlijke onderneming.

K

KPI (Kritieke Prestatie Indicator/ Key Performance Indicator)
Variabelen om prestaties van een onderneming te meten en te analyseren.

L

LCL (Less than Container Load)
Kleinere zendingen die geconsolideerd worden in een standaard container van meestal verschillende leveranciers met verschillende bestemmingen.

Leadtime
De periode tussen de start van een willekeurig productieproces of proces van levering van een product of dienst en het feitelijk afronden van dat proces.

LIFO (Last In - First Out)
Goederen die als laatste zijn binnengekomen, verlaten het magazijn als eerste.

Logistieke dienstverlener
Een onderneming die tegen vergoeding alle of een deel van de logistiek van de toeleveringsketen van hun klant verzorgd.

LTL (Less than Truck Load)
Het transport van kleinere geconsolideerde lading van meestal verschillende leveranciers voor verschillende bestemmingen.

LV (Laat Volgen)
Een document van een ontvanger, verscheper of eigenaar van goederen dat opdracht geeft om goederen aan een andere partij vrij te stellen. Een Laat Volgen is een opdracht die gegeven wordt door een eigenaar van goederen aan een bedrijf dat in bezit is van de goederen (rederij, magazijn) om deze goederen aan een bedrijf of persoon genoemd in het Laat Volgen vrij te stellen.

LZV (Lange en Zware Voertuigen)
Voertuigcombinaties van een vrachtauto met één of meerdere aanhangwagens of opleggers die zwaarder en langer mogen zijn dan wettelijk vastgesteld. Een LZV mag 25,25 meter lang en 60 ton zwaar zijn.

M

Magazijn
Ruimte waar goederen tijdelijk opgeslagen worden ook wel opslaglocatie of -plaats genoemd.

MRP (Material Requirement Planning)
Een op software gebaseerd productieplanning en voorraadcontrole systeem dat gebruikt wordt om productieprocessen te beheren en beheersen.  Een MRP system is bedoeld om tegelijkertijd aan drie doelstellingen te kunnen voldoen, namelijk het garanderen dat materialen en producten beschikbaar zijn voor productie en levering aan klanten, het handhaven van een zo laag mogelijk voorraadniveau en het plannen van productieactiviteiten, leveringsschema's en inkoopactiviteiten.

N

NCTS (New Computerised Transit System)
Ook wel Transit-systeem genoemd. Douanesysteem waarbij electronisch aangifte gedaan moet worden voor het plaatsen van goederen onder douaneregeling en het vervoer daarvan.

Niche
Een kleine gespecialiseerde markt voor een bepaalde groep producten of diensten.

O

One-stop-shopping
Levering van alle producten en diensten door één aanbieder vanaf één fysieke locatie.

Orderpicken
Het verzamelen van goederen aan de hand van orders.

Out of stock
Het niet meer voorradig zijn van een product.

Outsourcing
Het uitbesteden aan derden door bedrijven en organisaties van werkzaamheden die niet tot de kernactivitieit behoren.

P

Palletpool
Een pool om pallets uit te wisselen. Pallets in een palletpool worden verhuurd aan bedrijven maar blijven eigendom van de verhuurder/leverancier (bijvoorbeeld CHEP en LPR) . Deze pallets worden bij levering niet geruild voor lege pallets door de ontvanger maar kunnen na gebruik door de verhuurder worden opgehaald.

PCS (Panama Canal Surcharge)
Toeslag die door rederijen wordt berekend voor schepen die door het Panamakanaal moeten en waarvoor dus een soort tol betaald moet worden.

PSS (Peak Season Surcharge)
Een toeslag die door rederijen berekend kan worden voor periodes/seizoenen waarin het aanbod van lading groter is dan de capaciteit op de boten (bijv. fruitseizoen, kerstperiode).

Q

Queue
Wachtrij voor uit te voeren opdrachten.

R

REACH (Registration, Evaluation and Authorisation of CHemicals)
Een systeem voor registratie, evaluatie en toelating van chemische stoffen die in de Europese Unie geproduceerd of geïmporteerd worden. Het doel van het REACH-systeem is het beheersen van risico's van chemische stoffen.

Replenishment
Het aanvullen van de voorraad

Retourlogistiek
Ook wel reverse logistics genoemd. Onderdeel van de logistiek dat zich bezighoudt met de beheersing en inzameling van o.a. afgewerkte of afgedankte producten, verpakkingsmateriaal en transportmateriaal en geretourneerde bestellingen.

Rolcontainer
Een op wieltjes geplaatste kooi met losse panelen van hekwerk waar goederen in geplaatst worden.

S

SCM (Supply Chain Management)
Ook wel integraal ketenbeheer genoemd, is een principe waarbij door middel van het verbeteren van processen en samenwerking met leveranciers en afnemers een betere functionaliteit van het deelnemende bedrijf in de keten ontstaat.

Sagitta
Elektronisch computersysteem van de douane voor de in- en uitvoeraangifte van goederen en zendingen.

SLA (Service Level Agreement)
Een schriftelijke overeenkomst tussen een aanbieder en een afnemer van bepaalde diensten dienst. In een SLA staan naast een beschrijving van de te leveren diensten ook de rechten en plichten van zowel de aanbieder als de afnemer ten aanzien van het overeengekomen kwaliteitsniveau van de te leveren diensten.

SKU (Stock Keeping Unit)
Een uniek identificeerbaar en verhandelbare eenheid (bijv. dozen, pallets) die door afnemers in de keten besteld kan worden.

SOP (Standaard Operationele Procedure)
In een procedure vastgelegde instructies met de kracht van een voorschrift waarin het gehele operationele proces stap voor stap gestandaardiseerd is beschreven. Een SOP wordt gebruikt om de uitvoering van operationele processen en daarmee dus ook de bedrijfsresultaten te verbeteren.

Straddle carrier
Een voertuig, ook wel containerlift genoemd, dat op overslagterminals wordt ingezet om standaard containers te transporteren. Deze containerlift kan een container oppakken van onder een walkraan, transporteren en vervolgens neerzetten op de grond, op een oplegger, op één of meerdere andere containers of op een spoorwegwagon door middel van een hydraulisch of elektrisch hijsmechanisme.

Stuwadoor
Een stuwadoor is belast met het laden en lossen van (zee)schepen en werkt vaak in opdracht van een rederij. Hij moet samen met de cargadoor ervoor zorgen dat het schip zowel in de lengte als in de breedte qua ballast in balans is om breken of kapseizen van het schip te voorkomen. Hij zal daarbij ook moeten letten op de volgorde van laden en lossen.

T

Tender
Een procedure waarbij door middel van inschrijving getracht wordt een bepaalde dienst of product te verkrijgen die op basis van factorenafweging wordt verleend of verstrekt. Factoren zijn vaak prijs en/of kwaliteit.

TEU (Twenty foot Equivalent Unit)
Kleine (20-voet) container van ongeveer 6 meter lang. Een 40-voet container meet dus twee TEU.

THC (Terminal Handling Charge)
Toeslag die door rederijen berekend wordt om de kosten van een terminal te dekken voor de ontvangst/levering en laden en lossen van containers van en op zeeschepen.

Third Party Logistics (3PL)
Alle activiteiten die een logistiek dienstverlener (3PL'er) doet. Een 3PL'er voert voor een verlader de logistiek (transport, opslag, overslag en zonodig value added logistics) uit.

Transportmodaliteit
Vervoer met een bepaald transportmiddel (vervoerwijze), zoals wegvervoer, luchtvaart, binnenvaart, zeevaart en spoorvervoer.

U

Uitklaren
Het vervullen van douaneformaliteiten voor uitgaande goederen in een land.

Uitslag
Het moment waarop de goederen het douane-entrepot verlaten of uit de voorraadadministratie worden geschreven omdat ze een andere bestemming krijgen.

V

VAL (Value Added Logistics)
Aanvullende diensten die aan een product worden toegevoegd gedurende het logistieke proces zoals verpakken, ompakken, labellen, assembleren.

Vatos (Valid at time of shipment)
Hiermee geven rederijen aan dat de BAF en CAF definitief worden berekend op de datum van vertrek.

Vorraadmanagement
Het beheren van voorraden van de eigen onderneming of die van anderen. Deze term behelst onder andere het beheren/beheersen van de in- en uitgaande goederenstroom, opslag en just-in-time leveringen.

Vrachtbrief
Een document waarin de belangrijkste gegevens van een lading moeten worden aangegeven wanneer een transporteur goederen over de weg, per spoor, over water of door de lucht vervoert. Een vrachtbrief is verplicht in het voertuig aanwezig te zijn tijdens transport.

W

Warehouse
Ruimte waar goederen tijdelijk opgeslagen worden ook wel opslagplaats of -locatie genoemd.

Warehouse Management System (WMS)
Softwaretoepassing om de magazijnprocessen te ondersteunen.

Y

YOC (Yard Occupancy Charge)
Toeslag die door rederijen worden belast indien importcontainers langer dan 14 dagen na lossing nog steeds op de opslagterminal staan. Vanaf dat moment worden de containers in een aparte opslaglocatie of stack gezet waar dus een YOC voor betaald moet worden. Dit om congestie op de terminals te in te perken.